Laat Pieter maar met rust.

op jezelf wonenPieter (32) is vrijgezel en woont bij zijn ouders in een klein dorp, op de boerderij. Pieter werkt als storingsmonteur bij een groot weg- en waterbouwbedrijf. Hij werkt in een team van dertig mensen, heeft onregelmatige diensten en is met regelmaat een paar dagen op locatie. Pieter houdt van zijn werk en is er ook goed in. Met de meeste collega’s kan hij wel goed overweg. Een paar collega’s in de ploeg vindt hij niet zo aardig. Gelukkig kan hij ze meestal op tijd ontlopen, maar het lukt niet altijd.

Pieter is een rustige, stille en verlegen man die nooit op de voorgrond zal treden. Werkvergaderingen vindt hij maar niks, dus doet hij hier zijn mond niet open ondanks dat hij soms goede ideeën heeft. Hij vindt dat doodeng. Hij wil het liefst zo snel mogelijk weer aan het werk. Zeg wat hij moet doen en laat hem verder maar met rust. Als het werk klaar is, rijdt hij naar huis en verheugt zich op het lekkere eten wat zijn moeder klaargemaakt heeft. Af en toe gaat hij naar zijn vrienden toe en de rest van de week is hij aan het knutselen in de schuur.

Met zijn vader kan hij goed overweg en als ze samen gaan vissen hebben ze ook goede en soms stevige  ‘mannengesprekken’. Behalve die laatste keer, toen vond Pieter het gesprek met zijn vader minder leuk. Zijn vader sneed het onderwerp aan wat Pieter graag uit de weg gaat. Vader vroeg aan Pieter hoe zijn toekomstplannen eruit zien. Of Pieter nog niet op zoek was naar een vaste relatie en of hij niet op zichzelf wilde gaan wonen? Pieter kreeg het benauwd en probeerde het gesprek een andere wending te geven.

Tot nu toe was hem dit aardig gelukt, als zijn vader over dit soort zaken begon, maar deze keer was het anders. Zijn vader gaf nu niet zo snel op en bleef er eigenlijk een beetje over doorzeuren. Soms probeerde Pieter een ander onderwerp aan te snijden maar deze keer bleef zijn vader vasthoudend. Pieter wist niet zo goed te antwoorden en uiteindelijk zweeg hij maar. Zoals gebruikelijk. De resterende tijd duurde lang en hij was opgelucht toen het tijd werd om naar huis te gaan.

Thuis aangekomen gaat Pieter na het avondeten snel naar de schuur, om zijn vader te ontlopen en om na te denken. Vader had natuurlijk wel een punt. Hij is 32 jaar en al zijn vrienden hebben verkering of zijn getrouwd. Zijn vrienden gaan ook niet meer zo vaak uit en steeds vaker zeggen ze af vanwege hun vrouw of vriendin. Ze hebben een partner gevonden waar ze ook leuke dingen mee doen en hebben Pieter niet zo zeer meer nodig. Ook zomaar een weekendje weg naar Italië bijvoorbeeld en de boel daar op stelten zetten is er niet meer bij. Nee, de tijden zijn veranderd.

Nu heeft hij wel eens verkering gehad. En het is niet zo dat hij afstotelijk is of zo. Nee, hij ziet er juist goed uit, hij verzorgt zichzelf goed, heeft een sportief lichaam en een vriendelijke uitstraling. Maar de verkering duurt nooit lang. Terwijl hij  echt zijn best doet om zijn vriendin het naar de zin te maken, maar om de een of andere reden is het na twee, drie soms vier maanden over. Ook op het werk komen de plagerijen en pesterijen steeds vaker voor en Pieter vindt het ook steeds moeilijker om ze ontlopen. Hij laat het maar gelaten over zich heen komen.

Het doet hem pijn en de laatste tijd is hij er ook verdrietig onder. Nu begint zijn vader ook nog te vragen of hij niet op zichzelf wil gaan wonen. Het gaat toch goed thuis? Waarom willen ze hem weg hebben? Verdikke nog aan toe, waarom laten ze me niet met rust? Ik heb ze toch niks misdaan? Pieter slaapt steeds slechter en uiteindelijk gaat hij naar de huisarts. Wat wil je Pieter? vraagt de huisarts. Pieter kijkt een beetje voor zich uit en haalt zijn schouders op. Lichamelijk ben je niet ziek, wil je over hetgeen je dwars zit met iemand praten? Ja, dat is goed, hoort Pieter zichzelf zeggen…

Uit onze gesprekken blijkt dat Pieter niet echt nagedacht heeft over wat hij nu eigenlijk met zijn leven wil. Hij wil hetzelfde doen wat zijn vrienden ook doen: huisje boompje, beestje. Hoe? Daar heeft hij geen flauw benul van. Wil hij wel huisje, boompje, beestje of wil hij misschien iets heel anders? Waar wordt hij gelukkig van? Wat maakt dat hij niet of nauwelijks veranderen wil? Hij vindt het wel makkelijk zo! Alles wordt voor hem geregeld, zijn eten en drinken wordt hem aangereikt, hij wordt thuis verzorgd en verwend door zijn lieve moeder. Hij heeft werk, vrienden. Hij kan gaan en staan waar hij wil. Eigenlijk wil hij dat alles zo blijft.

Maar zijn vader en moeder hebben niet het eeuwig leven. Zijn vader en moeder willen dat hij zelfstandig wordt, dat hij zijn eigen leven gaat leiden. Dat hij volwassen wordt. Nu bepalen andere mensen het leven van Pieter. Dat heeft voordelen maar ook nadelen. En die nadelen ondervindt Pieter nu. Pieter wil wel, maar hij weet eigenlijk niet goed hoe. Alleen zijn is niet gezellig volgens hem. Als hij op zichzelf woont en van zijn werk komt, moet hij nog van alles doen, zoals eten koken, alleen eten, alleen tv kijken, enzovoort. Maar alleen zijn hoeft niet ongezellig te zijn. Alleen zijn biedt ook kansen en mogelijkheden en die gaat Pieter nu ontdekken…